Hoe kun je de dwangsommen innen?

 

Dwangsombeschikking:

♦ Binnen 2 weken nadat de laatste dwangsom werd verbeurd, moet het bestuursorgaan de verschuldigde dwangsommen vaststellen in een beschikking (zie artikel 4:18 Awb).

♦ Dit is dus een “ambtshalve” beschikking, geen “beschikking op aanvraag”. Je zou daar dus niet om hoeven vragen, maar je zou die dwangsombeschikking vanzelf in de bus moeten vinden.

♦ Niettemin kun je natuurlijk ook expliciet verzoeken om zo’n dwangsombeschikking. Een voorbeeldbrief hoe je expliciet om de verschuldigde dwangsommen vraagt, kun je hier vinden: Model verzoek dwangsombeschikking. Het is nog twijfelachtig of in dat geval de dwangsombeschikking (mede) wordt gezien als een “beschikking op aanvraag”, dus naast het feit dat het van zichzelf eigenlijk een “ambtshalve beschikking” is.

♦ Zo ja, dan zouden dus nieuwe dwangsommen verschuldigd raken als niet tijdig op dat verzoek wordt beslist.

♦ In dat geval is ook nog de vraag welke beslistermijn geldt voor het verzoek: de 2 weken uit artikel 4:18 Awb of de “redelijke termijn” uit artikel 4:13 Awb (dus hooguit 8 weken). Ga daarom zekerheidshalve uit van 8 weken.

 

Als het bestuursorgaan de verschuldigde dwangsommen niet toekent:

♦ Dan zul je dus zelf actie moeten ondernemen om die dwangsommen toegekend te krijgen.

♦ Daarvoor is van belang om de volgende twee situaties te onderscheiden:

a) Het bestuursorgaan neemt wel een beslissing op het inhoudelijke verzoek zelf

(dus het verzoek waar het allemaal mee begon, niet een eventueel extra verzoek om dwangsommen toe te kennen, als je dat tussentijds nog hebt verstuurd)

b) Ook de inhoudelijke beslissing op het verzoek zelf blijft uit

 

Ad a): Het bestuursorgaan neemt wel een beslissing op het inhoudelijke verzoek zelf

♦ In dat inhoudelijke besluit, of uiterlijk twee weken later in een afzonderlijk besluit (zie artikel 4:18 Awb), dient het bestuursorgaan de verschuldigde dwangsommen vast te stellen.

♦ Als dat dwangsombesluit niet wordt genomen, of als het bestuursorgaan beslist dat er geen dwangsommen verschuldigd zijn, of als er een te lage dwangsom wordt toegekend, dan kun je daartegen bezwaar maken.

♦ Bezwaar tegen het hoofdbesluit heeft mede betrekking op het daarmee verband houdende dwangsombesluit (of het uitblijven daarvan).

♦ Dus hoef je geen bezwaar te maken tegen het aparte dwangsombesluit, maar je maakt gewoon bezwaar tegen het inhoudelijke besluit (zelfs als je daar inhoudelijk geen bezwaar tegen hebt, maar louter om het besluit ten aanzien van de dwangsommen aan te vechten). Een voorbeeldbrief vind je hier: Model bezwaar dwangsombesluit in hoofdbesluit.

♦ Dit bezwaar verloopt verder exact hetzelfde als bezwaar tegen een WOB-beslissing, en er gelden dezelfde termijnen.

♦ Ook tegen een Beslissing op Bezwaar tegen een dwangsombeschikking staat beroep en hoger beroep open, net als in een WOB-procedure, met dezelfde regels en termijnen.

♦ LET OP: LASTIGE BEVOEGDHEIDSREGELING: Er is één belangrijk verschil met een normale beroepsgang in een WOB-procedure: als de dwangsommen verschuldigd waren in verband met het uitblijven van een beslissing die op grond van de Wet Mulder moest of kon worden genomen, dan is niet de sector bestuursrecht van de rechtbank bevoegd om het beroep tegen de beslissing op bezwaar te behandelen, maar de sector kanton. Dat volgt uit artikel 8:5 Awb en de daarop gebaseerde bijlage Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Dit betreft dus in ieder geval (2) Beslissing op Mulderberoep, (3) Beslissing op verzoek kostenvergoeding en (4) Beslissing op verzoek heroverweging. Daarvoor moet beroep worden ingesteld bij de sector kanton. Voor (6) Beslissing op verzoek teruggave zekerheid is het niet helemaal duidelijk, want de Wet Mulder kent geen bepaling op grond waarvan de gestelde zekerheid moet worden teruggestort. Het is dus geen beslissing die op grond van de Wet Mulder moest worden genomen, maar heeft natuurlijk wel duidelijk verband met de Wet Mulder. Daarom kun je het het best eerst maar bij de sector kanton proberen (daar ben je immers geen griffiegeld verschuldigd, anders dan bij de sector bestuursrecht), en als de kantonrechter meent dat hij niet bevoegd is, stuurt-ie het wel door naar de sector bestuursrecht.

♦ Let ook op: voor een beroep op de sector bestuursrecht moet je zijn bij de rechtbank van je eigen woonplaats, voor een beroep op de sector kanton moet je de rechtbank hebben waar de overtreding heeft plaatsgevonden (en als dat niet te bepalen is, de rechtbank van je eigen woonplaats).

♦ MAAR: Als het bestuursorgaan een beslissing op bezwaar heeft genomen over die dwangsom, dan zal daar waarschijnlijk ook wel een rechtsmiddelenclausule onder staan, die aangeeft waar je beroep kunt instellen. De hiervoor vermelde ingewikkelde bevoegdheidsregeling hoef je dus alleen uit te pluizen als die clausule ontbreekt (bijvoorbeeld omdat het bestuursorgaan zelf zich er niet van bewust is dat hun brief te beschouwen is als een beslissing op bezwaar tegen een dwangsombeschikking). Overigens is het ergste dat er kan gebeuren dat de ene sector de zaak doorverwijst naar de andere sector. Maar als die eerste sector de sector bestuursrecht was, dan ben je wel je griffiegeld kwijt (de sector kanton rekent voor dit soort zaken geen griffiegeld). Daarom kun je bij twijfel het beste eerst bij de sector kanton proberen.

 

Ad b) Ook de inhoudelijke beslissing op het verzoek zelf blijft uit

♦ Je kunt dan natuurlijk beginnen met nog een paar briefjes of telefoontjes om het bestuursorgaan alsnog tot beslissen te bewegen, maar als dat niet lukt, of als je daar geen zin in hebt, dan kun je rechtstreeks beroep instellen bij de rechtbank. De bezwaarfase sla je dan dus over. dat volgt uit artikel 7:1 (lid 1f) Awb.

♦ Het beroep richt zich primair tegen het uitblijven van het inhoudelijke besluit, maar in dat beroep wordt automatisch de dwangsomkwestie meegenomen (zie artikel 4:19 Awb).

♦ Voorwaarde voor het rechtstreeks instellen van beroep bij de rechtbank is dat het bestuursorgaan in gebreke is met het nemen van een beslissing, en dat er twee weken zijn verstreken nadat het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke is gesteld (zie daartoe artikel 6:12 Awb). Maar daarvan is natuurlijk altijd sprake, omdat je immers deze actie pas onderneemt zodra ook de maximale dwangsom is verschuldigd.

♦ In deze situatie geldt er geen termijn voor het instellen van het beroep, maar het mag niet “onredelijk laat” gebeuren (zie artikel 6:12 Awb). Wat “onredelijk laat” is, is moeilijk te zeggen, maar duidelijk is wel dat je het niet maanden moet laten liggen met de gedachte dat je t.z.t. nog wel eens de zaak onder aandacht van de rechter zult brengen. Uiteraard ligt dat weer anders als je in de tussentijd regelmatig (schriftelijke) herinneringen aan het bestuursorgaan hebt gestuurd, maar ook dan kun je beter maar niet al te lang wachten.

♦ Soms is het lastig om te bepalen welke sector binnen de rechtbank bevoegd is. Daarvoor geldt namelijk de hierboven onder “ad a)” genoemde ingewikkelde bevoegdheidsregeling.

♦ Een voorbeeldbrief hoe beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld vind je hier: Model beroep tegen uitblijven besluit.

♦ Als het bestuursorgaan dan opeens alsnog een besluit neemt, dan wordt dat besluit automatisch in het beroep meegenomen (zie artikel 6:20 Awb).

 

DISCLAIMER:

De informatie op deze website is met grote zorg en toewijding samengesteld. Bij toepassing in de praktijk kunnen soms echter complicaties optreden waarin de adviezen niet voorzien, ook als u dat zelf niet opmerkt. De Zwarte Kip aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de juiste of onjuiste toepassing van de adviezen. Wilt u professionele juridische assistentie, kijk dan HIER.