WOB-procedure fase 2: bezwaar tegen WOB-beslissingen

 

Algemeen:

♦ Bezwaar kun je maken bij het bestuursorgaan dat de beslissing nam.

♦ Bezwaar is altijd kosteloos.

♦ Als je geen argumenten aanvoert, wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

♦ Het bestuursorgaan is in beginsel verplicht om een hoorzitting te organiseren (tenzij het bezwaar kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk is).

♦ Uiteraard ben je niet verplicht om op zo’n hoorzitting te verschijnen.

 

Bezwaargronden:

♦ In beginsel is het niet moeilijk om argumenten te formuleren: elk document waar je wel om gevraagd hebt maar wat je niet hebt gekregen levert een bezwaargrond op. Check daarom gewoon puntsgewijs of er volledige en begrijpelijke beslissingen zijn genomen op elk verzoek.

♦ De WOB omschrijft een aantal omstandigheden waarin het bestuursorgaan de gevraagde informatie kan weigeren. Die omstandigheden staan beschreven in artikel 10 en 11 WOB. Niettemin beroepen bestuursorganen zich nogal eens ten onrechte op deze uitzonderingsbepalingen.

♦ Bekende argumenten waarmee bestuursorganen gevraagde informatie nogal eens weigeren:

◊ De gevraagde informatie bevindt zich niet bij dit bestuursorgaan.

→ Hier hoef je geen genoegen mee te nemen: Op grond van artikel 4 WOB is het bestuursorgaan verplicht het verzoek door te sturen naar het bestuursorgaan waar die informatie zich wel bevindt. Als de gevraagde documenten in het geheel niet bestaan, dient het bestuursorgaan dat expliciet te melden. Neem dus geen genoegen met een opmerking als “Wij beschikken niet over het gevraagde document”, maar vraag in bezwaar dóór of het document in het geheel niet bestaat of dat het zich bij een ander bestuursorgaan bevindt.

◊ De gevraagde informatie bevindt zich bij een andere instantie die geen bestuursorgaan is.

→ Daar hoef je meestal ook geen genoegen mee te nemen, omdat artikel 3 lid 1 WOB bepaalt dat je informatie kunt opvragen bij bestuursorganen of andere instellingen die onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werken. Voer dus aan dat daarvan sprake is, zodat het bestuursorgaan het verzoek naar die andere instelling moet doorsturen.

◊ De privacy van de betrokken ambtenaar weegt zwaarder dan uw belang om inzage te krijgen.

→ Op zich is dit een terechte weigeringsgrond voor het bestuursorgaan, maar als bezwaar kun je aanvoeren dat het goed mogelijk is de persoonlijke informatie op de documenten te maskeren, zodat de documenten dan alsnog kunnen worden verschaft.

◊ De stukken bevatten vertrouwelijke informatie.

→ Ook dit is in beginsel een terechte weigeringsgrond, maar ook hier geldt dat de gevraagde stukken vaak kunnen worden verschaft in een vorm waarbij de vertrouwelijke passages zwart zijn gemaakt. Dat kun je dan dus als bezwaar aanvoeren.

◊ Het gebeurt nogal eens dat de politie zomaar een stapel aanstellingsbesluiten en beëdigingsaktes toestuurt, zonder concrete beslissing op elk van je afzonderlijke verzoeken.

→ Dan is het vaak niet goed mogelijk om te beoordelen welke stukken hebben te gelden als antwoord op welk verzoek. Dat kun je op zich al als bezwaargrond aanvoeren, maar je kunt het argument nog verder versterken door erop te wijzen dat deze handelswijze is strijd is met artikel 2 WOB, waarin is bepaald dat de verstrekte informatie “actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar” moet zijn.

◊ Ook gebeurt het vaak dat het bestuursorgaan een aantal verzoeken gewoon straal negeert en er dus helemaal niets over zegt, en ook de gevraagde stukken niet toestuurt.

→ Het is nog onderwerp van discussie of dit heeft te gelden als een impliciete beslissing tot afwijzing (waartegen je bezwaar kunt maken) of dat het geldt als het uitblijven van een beslissing op dat specifieke verzoek (in welk geval er dwangsommen kunnen worden verbeurd volgens de Wet Dwangsom). Als je voor de eerste optie kiest, maak dan bezwaar op grond van het feit dat de impliciete beslissing onvoldoende (namelijk niet) is gemotiveerd, en dring erop aan dat het bestuursorgaan een expliciete en gemotiveerde beslissing neemt op dat verzoek.

◊ Het bestuursorgaan stuurt de verzoeken door naar één of meerdere andere bestuursorganen, maar niet duidelijk is welke verzoeken naar welk bestuursorgaan zijn doorgestuurd.

→ Neem hier geen genoegen mee, maar stel bezwaar in op grond van het feit dat uit de beslissing niet blijkt welke verzoeken naar welk bestuursorgaan zijn doorgestuurd, zodat jij dan ook niet kunt beoordelen of dat andere bestuursorgaan volledig op de naar haar doorgestuurde verzoeken heeft beslist.

◊ Het bestuursorgaan stuurt één of meerdere verzoeken door naar een ander bestuursorgaan maar geeft jou geen kopie van de brief waarmee dat is gebeurd.

→ Ook hiermee moet je geen genoegen nemen. Je moet immers kunnen nagaan of de verzoeken wel op dezelfde dag zijn doorgestuurd en welke toelichtende opmerkingen het bestuursorgaan daarbij heeft gemaakt. Als de verzoeken niet op dezelfde dag zijn doorgestuurd als de beslissing is genomen om ze door te sturen, dan zou je kunnen betogen dat de beslissing pas “af” is zodra de verzoeken ook daadwerkelijk zijn doorgestuurd (zodat mogelijk dwangsommen zijn verbeurd omdat de termijn daarmee is overschreden). Als jou dus geen kopie van de doorstuurbrief wordt getoond, vraag die dan expliciet op in een afzonderlijk verzoek, uiteraard wederom gebaseerd op de WOB.

 

Termijnen:

♦ Termijn voor het indienen van een WOB-bezwaar: 6 weken vanaf de datum van verzending van het WOB-besluit door het bestuursorgaan.

♦ Termijn voor het beslissen op een WOB-bezwaar: 6 weken, LET OP: te rekenen vanaf het verstrijken van de bezwaartermijn (daarom kun je dus het bezwaar het beste op de laatste dag van de termijn indienen!) (zie artikel 7:10 lid 1 Awb).

♦ Als een aparte “adviescommissie” is ingesteld voor de behandeling van bezwaarschriften, dan is bovengenoemde termijn 12 weken (zie artikel 7:10 lid 1 Awb).

♦ Het bestuursorgaan kan een aanvulling op het bewaarschrift vragen, bijvoorbeeld omdat de bezwaargronden nog ontbreken (zie art. 6:6 Awb).

♦ De beslistermijn voor het bestuursorgaan wordt opgeschort met ingang van de dag dat zo’n aanvulling wordt gevraagd, tot de dag waarop die aanvulling is gegeven of tot de dag dat de termijn daarvoor is verstreken. (zie art. 7:10 lid 2 Awb)

♦ Verlenging beslistermijn: kan met 6 weken (zie artikel 7:10 lid 3 Awb).

♦ Ook voor de beslissing op bezwaar geldt de Wet Dwangsom.

 

Adressen:

♦ Als het goed is bevat de WOB-beslissing een “rechtsmiddelenclausule” waarin nauwkeurig staat aangegeven waar je bezwaar kunt maken.

♦ Als zo’n rechtsmiddelenclausule ontbreekt, kun je bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat de beslissing nam.

 

DISCLAIMER:

De informatie op deze website is met grote zorg en toewijding samengesteld. Bij toepassing in de praktijk kunnen soms echter complicaties optreden waarin de adviezen niet voorzien, ook als u dat zelf niet opmerkt. De Zwarte Kip aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de juiste of onjuiste toepassing van de adviezen. Wilt u professionele juridische assistentie, kijk dan HIER.