Hoe ontstaat het recht op dwangsommen?

 

Algemeen:

♦ De Wet Dwangsom is onderdeel van de Awb: artikelen 4:17-4:20 Awb.

♦ De Wet Dwangsom geldt bij elke “beschikking op aanvraag”.

♦ Een beschikking is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan gericht op een individueel geval.

♦ Voorbeelden van beschikkingen: (1) Beslissing op WOB-verzoek, (2) Beslissing op Mulderberoep, (3) Beslissing op verzoek kostenvergoeding, (4) Beslissing op verzoek heroverweging, (5) Beslissing op verzoek rentevergoeding, (6) Beslissing op verzoek teruggave zekerheid, (7) Beslissing op Bezwaar, (8) de dwangsombeschikking zelf.

♦ Een bestuursorgaan moet op elk verzoek tot het nemen van een beschikking tijdig beslissen, anders zijn er dwangsommen verschuldigd aan de aanvrager. LET WEL: de dwangsomregeling geldt alleen als er sprake is van een “beschikking op aanvraag”.  Niet alle bovengenoemde beschikkingen vallen daaronder, sommige zijn “ambtshalve beschikkingen”, dus beschikkingen waar men niet om hoeft te vragen, maar die het bestuursorgaan uit zichzelf moet geven. Echter, het is nog twijfelachtig of zo’n beschikking OOK een “beschikking op aanvraag” wordt indien men een bestuursorgaan specifiek vraagt die beschikking te nemen. De beschikkingen hierboven genoemd onder (1), (2), (3), (4), (6) en (7) zijn echter geen ambtshalve beschikkingen, zodat daarvoor de dwangsomregeling sowieso geldt.

♦ De datum van verzending is de datum waarop het besluit daadwerkelijk is bekendgemaakt (zie artikel 3:41 Awb). Die datum is maatgevend voor de eventuele dwangsom. Als u het besluit pas veel later ontvangt, dan is de brief kennelijk later dan de dagtekening verzonden. Als het bestuursorgaan geen verzenddatum heeft genoteerd, kunt u betogen dat de datum van dagtekening geen betekenis heeft. Dan moet er vanuit worden gegaan dat de brief later is verzonden, en het besluit dus pas later bekend is gemaakt (je kunt er dan bijvoorbeeld van uit gaan dat de brief één dag voor ontvangst is verstuurd).

♦ De beslissing hoeft natuurlijk geen toewijzing van het verzoek te zijn. Een afwijzing is ook een beslissing.

 

Termijnen:

♦ De beslistermijn voor een beschikking varieert per soort beschikking.

♦ Beslistermijn voor een WOB-verzoek: 4 weken na indienen verzoek (artikel 6 lid 1 WOB)

♦ Beslistermijn voor een Mulderberoep: 16 weken na het verstrijken van de beroepstermijn (artikel 7:24 lid 1 Awb) (LET OP: dus niet na het indienen van het beroep!)

♦ Beslistermijn voor een bezwaarschrift: 6 weken na het verstrijken van de bezwaartermijn (LET OP: dus niet na het indienen van het bezwaar!), tenzij een aparte adviescommissie is ingesteld: dan 12 weken (artikel 7:10 lid 1 Awb)

♦ Soms kan het bestuursorgaan de beslistermijn schriftelijk verlengen (zonder specifieke reden) of opschorten (als bepaalde formele eisen niet zijn vervuld).

♦ Als de wet voor een bepaalde beschikking geen specifieke termijn stelt, dan dient binnen een “redelijke termijn” te worden beslist. Die redelijke termijn is in ieder geval verstreken na 8 weken (zie artikel 4:13 Awb).

♦ Als datum van de beschikking geldt de dag van verzending door het bestuursorgaan (LET OP: dit is niet altijd hetzelfde als de dagtekening van de brief, dus als de brief “verdacht laat” is ontvangen, en er staat slechts een “dagtekening” op de brief maar geen “datum van verzending”, dan kun je betogen dat de datum van verzending geacht moet worden te zijn daags voordat u de brief ontving. De bewijsnood als gevolg van het feit dat geen datum van verzending is genoteerd dient ten laste van het bestuursorgaan te komen). Met name het CVOM heeft er een handje van om brieven pas enkele dagen na dagtekening te verzenden.

 

Dwangsommen:

♦ Het bestuursorgaan is niet direct dwangsommen verschuldigd als de termijn is verstreken.

♦ Eerst moet het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke worden gesteld. Gebruik daarvoor het model Ingebrekestelling. De ingebrekestelling is geldig als die wordt verstuurd “op het moment dat je er redelijkerwijs vanuit kunt gaan dat het bestuursorgaan niet tijdig beslist”. Veiligheidshalve is dat dus direct na het verstrijken van de beslistermijn.

♦ Als 2 weken na ingebrekestelling nog geen beslissing is genomen, beginnen de dwangsommen te lopen. Dat gaat vanzelf, en daar hoef je geen enkele handeling voor te verrichten.

♦ De eerste 14 dagen bedraagt de dwangsom € 20 per dag.

♦ De volgende 14 dagen bedraagt de dwangsom € 30 per dag.

♦ De laatste 14 dagen bedraagt de dwangsom € 40 per dag.

♦ Totaal bedraagt de maximale dwangsom dus (14x€20 + 14x€30 + 14x€40 = ) € 1.260. Dit maximum wordt acht weken na ingebrekestelling bereikt.

♦ Zie voor dit alles artikel 4:17 Awb.

♦ Ook als de dwangsom het maximum heeft bereikt, blijft het bestuursorgaan verplicht op het verzoek te beslissen.

 

DISCLAIMER:

De informatie op deze website is met grote zorg en toewijding samengesteld. Bij toepassing in de praktijk kunnen soms echter complicaties optreden waarin de adviezen niet voorzien, ook als u dat zelf niet opmerkt. De Zwarte Kip aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de juiste of onjuiste toepassing van de adviezen. Wilt u professionele juridische assistentie, kijk dan HIER.